Banner
Spring

Spring is leverbaar in een weefbreedte van 90 en 110 cm met acht of twaalf schachten. De scheerboom is voorzien van een handrem met frictieschijf en de doekboom heeft een opboomhendel, zodat je zittend achter het getouw het weefsel kunt opbomen. Dankzij de parallel contramars en de compensatie-inrichting voor de kettingspanning heeft dit getouw nog steeds een grote voorsprong op de concurrentie.

Spring is gemaakt van gelakt beukenhout en een ruim schap en evenaar zijn ingebouwd. Het getouw wordt gedeeltelijk gemonteerd geleverd met een roestvrij stalen riet 40-10, 800/1200 Texsolv hevels (390 mm), kruis- en aanbindlatten en zestien opboomlatten.

Afmetingen (bxdxh)
Spring 90: 120 x 94 x 115 cm
Spring 110: 140 x 94 x 115 cm

Gewicht
Spring 90: 43 kg
Spring 110: 50 kg
Bij acht schachten, ca. 5,5 kg meer per vier schachten

 

Parallel contramars
De contramars is een systeem van schachtbeweging waarbij iedere schacht ofwel naar boven, dan wel naar beneden bewogen wordt. De contramars is dan ook het beste systeem om kettingdraden te openen voor een sprong, omdat die een optimale sprong geeft en de kettingspanning over beide delen van de schering gelijkelijk verdeelt. Onze weefgetouwen Spring en Delta zijn uitgerust met een bijzondere contramars, de parallel contramars: voor iedere schacht loopt er een koord over zes wieltjes. De einden van het koord zijn met elkaar verbonden, zodat het koord een gesloten circuit vormt. Wanneer trapper A wordt ingetrapt, beweegt schemel C het koord aan de buitenkant naar beneden. Het koord aan de binnenkant beweegt in tegenovergestelde richting en trekt schacht F omhoog (zie pijlen). Wanneer trapper B wordt ingetrapt trekt schemel D de binnenkant van het koord en daarmee de schacht naar beneden. Bij het op en neer bewegen, behouden de schemels C en D hun horizontale positie, zodat de aangebonden trappers over de hele breedte van het getouw op dezelfde wijze bewegen. Dit in tegenstelling tot de scharnierende schemels van de traditionele contramars, waarbij de trappers beter functioneren naarmate zij meer in het midden van het getouw zitten. Een ander voordeel van deze parallel contramars is dat de schachten niet scheefgetrokken kunnen worden. Bij het grote vak, dat dankzij de compensatie-inrichting op de Spring, Delta, Octado en Megado gemaakt kan worden, zouden de scharnierende schemels van de traditionele contramars te veel ruimte nodig hebben om een compact getouw te kunnen construeren.

 

Compensatie-inrichting
Bij het ontwerp van een weefgetouw moet er een compromis getroffen worden tussen tegenstrijdige wensen: een grote sprong die zonder veel moeite te trappen is bij een hoge kettingspanning in een compact getouw. De compensatie-inrichting van Louët maakt dat compromis een stuk makkelijker, omdat met deze constructie de elasticiteit van de schering geen rol meer speelt. De werking: borstboom G is met scharnierende armen aan het getouw bevestigd. De onderzijden van deze armen zijn met instelbare trekveren verbonden aan het frame van het getouw. Wanneer een sprong wordt gemaakt, trekken de scheringdraden de borstboom naar achter en de afstand tussen borstboom G en strijkboom H wordt kleiner. Dit is mogelijk, omdat de trekveren worden uitgetrokken. De trekkracht van deze veren is instelbaar (i.v.m. het soort materiaal en de breedte van de schering). Door deze veren neemt de scheringspanning tijdens het maken van de sprong maar weinig toe, met als voordeel dat de sprong groter kan worden, er minder kracht nodig is en het getouw minder diep hoeft te zijn. Een ander voordeel is dat de spanning van de schering exact gelijk kan worden gehouden van begin tot eind van een weefsel. Telkens bij het verder bomen kun je aan de stand van de scharnierende armen zien wanneer de spanning weer precies dezelfde is als die waarmee je het weefwerk begon. Onze weefgetouwen Spring, Delta, Octado en Megado zijn met een compensatie-inrichting uitgevoerd.