45 jaar Louët

Ter ere van het 45 jarig jubileum van Louët BV gingen we zitten met ontwerper en oprichter Jan Louët en vroegen hem na te denken over de ontwikkeling van het S10 spinnewiel en de geschiedenis en toekomst van het bedrijf.

Vertel ons hoe je op het idee kwam om een spinnewiel te ontwerpen en te maken.

In die tijd werkte ik als ontwerper in een bedrijf, dat winkeldisplays voor producten maakte. De dochter van mijn baas had een oud, kapot spinnewiel. Het was een antiek wiel, een zogenaamd Brabants model, waarschijnlijk meer dan 100 jaar oud. Ze vroeg of ik het kon repareren. Ik vond het mechanisme fascinerend en als ontwerper zag ik het als een uitdaging om een eigentijds ontwerp voor een spinnewiel te maken. Destijds wist ik niet dat er andere ‘moderne spinnewielen’ waren. Goed dat ik het niet wist, want anders was ik er mogelijk niet aan begonnen!

Mijn eerste ontwerp de S10 is nu geëvolueerd naar de S10C. Het had ontwerp en technische details die sommige mensen schokten. Het wiel was bijvoorbeeld slechts aan één zijde opgehangen. Men vroeg zich af of dat wel een degelijke constructie was. En ik antwoordde: “auto’s hebben ook een eenzijdige wielophanging en die hebben heel wat meer te verduren!”


S10 protoype

Is dit een typische eigenschap die je hebt? Om gewoon te beslissen dat je iets helemaal opnieuw kunt maken?

Oh ja! Ik zou zeggen dat ik altijd de drive heb gehad om dingen zelf te maken, al vanaf mijn vroegste jeugd.

Toen ik 5 jaar was had ik een vriendje dat een speelgoedbouwset voor zijn verjaardag kreeg. Er waren stukken hout met daarin gaten geboord en ronde stokken die precies in die gaten pasten. Ik vond het geweldig en moest dat ook hebben. Mijn doe-het-zelf-neiging was al aanwezig en ik besloot dat ik deze bouwdoos zelf kon maken.

Ik wist dat mijn vader berkenmultiplex op zolder had, en dus nam ik een bijl mee naar de zolder en begon in het  triplex te hakken (dat je triplex moet zagen en niet hakken, wist ik nog niet). Dit moest wel mis gaan; ik hakte in mijn duim en de verwonding was zo ernstig dat het bij de dokter gehecht moest worden. Ondanks deze mislukking bleef ik ervan overtuigd dat ik dingen zelf kon maken.

Als student maakte ik mijn eigen kleding en schoenen en knipte ik mijn eigen haar. Ik ben afgestudeerd aan de Dutch Design Academy in Eindhoven, nu wereldwijd befaamde ontwerpopleiding. Ik heb een passie voor maken. In mijn werk geniet ik ook het meest als ik een prototype van een nieuw product aan het bouwen ben.

Jan Louët en Clemens Claessen in de begindagen.

Dus het lijkt erop dat consumenten in het begin een beetje verrast waren over je spinnewiel ontwerp. Maar het was duidelijk succesvol, anders zouden we 45 jaar later niet dit gesprek hebben! Vertel eens over vroege successen?

Een paar weken nadat ik het eerste prototype van de S10 had gemaakt en mezelf daarop had leren spinnen, hoorde ik dat er in Warnsveld het Nederlands Kampioenschap Wolspinnen gehouden werd. Ik had niet de illusie dat ik als beginneling in de wedstrijd een kans maakte, maar ik melde me aan, zodat ik mijn nieuwe spinnewiel aan het publiek kon tonen, want ik was van plan een kleine serie wielen te maken en te verkopen. ‘s Morgens moest er een gelijkmatige dunne draad gesponnen worden en ’s middags een dikke. Tot mijn verbazing eindigde ik als derde en dat was dankzij mijn spinnewiel.

Voor een dikke regelmatige draad moet het spinnewiel langzaam draaien omdat een dikke draad veel minder twist heeft dan een dunne. De meeste bestaande en zeker de antieke spinnewielen zijn gemaakt om dun te spinnen, omdat er in het verleden alleen behoefte was aan dun garen. Dankzij het grote vliegwiel van de S10 en de snelheidsverhouding van 1:5 kon ik het wiel draaiende houden zonder veel twist, waardoor ik alle tijd had de dikke draad heel regelmatig te spinnen.

Kwamen in die tijd dikkere garens in de mode?

Oh ja. Dit was de jaren 70 en dikke garens werden een serieuze mode. Grof gebreide truien waren helemaal in.

In die tijd hadden de meest vrouwen wel een breiwerk onder handen, maar weinigen wisten dat je je eigen garen kon spinnen. Toen was het breien ook een manier om geld te besparen. Sommigen verdienden geld met spinnen omdat de vraag naar garen toenam kon je hand gesponnen garen verkopen. Al snel ontdekten de breiers dat je het garen zelf kon spinnen en dus nog meer geld kon besparen! Dat was een tijd waarin het spinnen een enorme toename van populariteit zag. Omdat mijn ontwerp zo opvallend was en het zowel dunne als dikke garens kon spinnen, werd de S10 erg populair.


Personeel in 1980

Hoe hebben trends en de consumentenvraag je productontwikkeling bepaald?

Enorm. Als student droomde ik van het maken van mooie, slimme en functionele producten waar mensen blij van worden. En dat vereist dus natuurlijk het ontwikkelen van producten waar de klant naar op zoek is. De consument heeft de koopkracht en bepaald uiteindelijk wat er in de industrie gemaakt wordt: Als een product door de consument niet gekocht wordt, stopt de productie van dat product. Heel democratisch.

In de loop der jaren hebben we onze spinnewielen steeds verbeterd; kleine details, maar we ontwikkelden ook een Scotch tension systeem dat op de S10C gemakkelijk kan worden omgewisseld met Irish tension. De Victoria heeft Scotch tension en is zo compact opvouwbaar dat die als handbagage mee op reis kan. We luisteren altijd naar onze klanten voor input en vanaf het begin heb ik altijd de filosofie gehad over het belang van communiceren met de consument over onze producten.

Dit is een ander verhaal: Ik volgde een avondopleiding om leraar handenarbeid te worden. Ik wilde toekomstige consumenten zich bewust laten worden van onze materiële omgeving – vrijwel geheel door mensen gemaakt, zelfs de natuur planten we aan -, wat die materiële omgeving met hen doet en, omgekeerd, de invloed die zij erop hebben. Door kritische consumenten komen er betere producten op de markt.

Door het succes van de spinnewielen stopte ik met die avondstudie.

Je zei dat je als student droomde van het maken van slimme producten die mensen gelukkig maken … Het lijkt erop dat je droom is uitgekomen! Welke vaardigheden van de designschool zijn vandaag belangrijk geweest voor je werk?

het is misschien verrassend, maar een belangrijk onderdeel van de ontwerpopleiding die ik kreeg, betrof productiemethoden en materiaalkennis. Omdat dat de kosten en haalbaarheid van een product beïnvloedt.

Ik zou het mooiste en meest functionele spinnewiel ter wereld kunnen ontwerpen, maar als ik het niet kan produceren voor een prijs die consumenten bereid zijn te betalen en in een hoeveelheid om aan de vraag te voldoen, dan wordt het geen succes.

De vaardigheid om de efficiëntie in de productie te maximaliseren is cruciaal. Onze klassieke S10 heeft bijvoorbeeld een gat in het wiel. Dit compenseert het gewicht van het pedaal, maar we gebruikten ook het uitgesneden hout dat eruit kwam als spoelschijf, evenals de hoeken van het uitgezaagde wiel (zoals het hout begint in een rechthoekige vorm). Het is altijd belangrijk om kosten van een verbetering af te wegen tegen de waarde van die verbetering.

Hoeken afzagen

Omdat we al 45 jaar producten maken, zijn in die periode ook producten gestopt, vervangen en/of verbeterd. Ook de mogelijkheden van nieuwe machines hebben daarop hun invloed gehad en momenteel doen we op dit gebied weer een grote investering.

Ik ben nu 75, en hoewel ik aan sommige dingen merk dat ik ouder wordt (mijn geheugen is niet meer wat het ooit was!), als ontwerper word ik nog steeds beter! Dat is heel motiverend. Bij sommige verbeteringen denk ik: “Waarom dacht ik daar twintig jaar geleden niet aan?”

Ik vind het geweldig dat je zo tevreden bent met je dagelijkse werk.

Mijn werk zou ik niet kunnen missen; het maakt me gelukkig en als het me gegeven is wil ik dat blijven doen in de komende 20 of 30 jaar.

Ik ben blij met het plezier dat consumenten aan onze producten beleven. Ik kreeg ansichtkaarten van mensen die ik niet kende, en ze stuurden foto’s van spinnewielen die ze op vakantie zagen. Mooi, dat ik een product had gemaakt waar mensen zo van genoten.

Vertel me over hoe Louët zich uitbreidde naar weven.

Voor meer stabiliteit wilden we ons assortiment breder maken dan alleen het spinnewiel en accessoires. En de meeste dealers die we hadden, verkochten zowel spinnewielen als weefgetouwen. Het was dus logisch om uit te breiden naar weefgetouwen.

Ik begon naar weefgetouwen te kijken en we besloten dat we er niet aan zouden beginnen als we de bestaande getouwen niet aanzienlijk konden verbeteren. Twee belangrijke innovaties in ons eerste staande getouw, de Hollandia, hebben onze getouwen tot een groot succes gemaakt. De verende borstboom (die de ketting meer elasticiteit geeft) en de parallel contramars.

Grappig genoeg zijn we met de weefgetouwen begonnen op het moment dat markt daarvoor sterk afnam. Een dealer importeerde weefgetouwen uit Finland en verkocht er honderden per jaar, maar tegen de tijd ons eerste getouw op de markt kwam verkocht hij er minder dan 50 per jaar.

We hadden echter veel vertrouwen in de verbeteringen die onze weefgetouwen boden. Heel populair in die tijd waren de traditionele Scandinavische weefgetouwen, die meer ruimte nodig hebben dan de onze en we hebben ook aanzienlijke verbeteringen in de functionaliteit aangebracht. We zijn doorgegaan met het ontwikkelen en produceren van weefgetouwen om ons in de markt te vestigen en nu is weven recentelijk aanzienlijk in populariteit toegenomen.

Wat is je favoriete ontwerp dat je hebt gemaakt?

Mijn favoriete ontwerp is altijd het laatste dat ik heb gemaakt, dus dat is vaak nog niet op de markt. Sommige nieuwe producten zitten in mijn hoofd, sommigen zijn al op papier en van sommigen heb ik al een prototype gebouwd.

Onze capaciteit om dat allemaal te produceren is beperkt, maar binnenkort komt er een nieuwe CNC-machine bij. Ook die machines hebben veel innovaties en het is een uitdaging die nieuwe mogelijkheden optimaal te benutten. Er staat in ons bedrijf ook na 45 jaar veel te gebeuren. Nieuwe en verbeterde producten komen er aan!

Heel erg bedankt voor je openhartigheid en gefeliciteerd met het 45 jarig jubileum!

Jan Louët en zijn dochter Loes van Aken (2e generatie in de zaak) en Ineke Elsinga