Spinnen

Tot een paar honderd jaar geleden werd alle textiel gemaakt van garen dat met de hand en zelfs zonder spinnewiel gesponnen was. Een gesponnen draad ontstaat door vezels uit een voorraad te trekken, waardoor ze langs elkaar komen te liggen en elkaar overlappen. Vervolgens worden ze om elkaar gedraaid (getwist) en dat geeft de draad sterkte; als je aan de draad trekt, “verdichten” de vezels zich naar het midden van de draad en zo houden ze elkaar vast.

Als je de vezels uit elkaar trekt en in elkaar draait, ligt het voor de hand het stuk draad dat klaar is op een klosje te winden. Door het klosje te draaien, breng je twist in de opnieuw uit de voorraad getrokken vezels. Dit is het principe van een spintol.

Een hele vooruitgang ten opzichte van de spintol is het gebruik van een spinnewiel. Louët spinnewielen zijn in de eerste plaats degelijke en doordachte gebruiksvoorwerpen. De S10 is sinds zijn ontstaan, begin jaren zeventig, zo succesvol dat het een klassieker onder de moderne spinnewielen genoemd mag worden.

De eerste generatie Louët spinnewielen, zoals de S10C Irish tension en de S17, werkt volgens het principe van enkelvoudige aandrijving van de spoel en regelbare afremming van de vlucht voor de trek op de draad (Irish tension). De spoelen hebben drie groeven die door hun verschillende diameter, drie versnellingen ten opzichte van het vliegwiel geven. Door verschillende spoelen en vluchten spin je op deze spinnewielen alle soorten garen, van grove wol tot fijne zijde.

De nieuwe generatie Louët spinnewielen, zoals de S10C Scotch tension en S95/S96 Victoria, heeft Scotch tension: de vlucht wordt aangedreven en de spoel heeft een instelbare afremming om de trek op de draad te regelen. De standaard versnellingen liggen hoger dan die van de eerste generatie, wat van pas komt bij het spinnen van dunnere draden. Met de snelspinset wordt deze versnelling zelfs nog groter.

 

Resultaat 1–12 van de 81 resultaten wordt getoond